Regios  

   

AANSPRAKELIJKHEID VOORRIJDERS!

Motorclubs organiseren graag mooie ritten. De ene club kiest er voor om een nette route beschrijving uit te delen. De andere club kiest liever voor het inzetten van zogenaamde voorrijders. Voor beide systemen is wat te zeggen, maar hoe zit dat dan met de aansprakelijkheid van de club en/of voorrijder?

Deel je routebeschrijvingen uit dan is er weinig aan de hand. Zeker als je bovenaan de routebeschrijving vermeldt dat men niet verplicht is om zich aan de aangegeven route te houden en dat men, als men dat noodzakelijk acht, daar altijd vanaf kan wijken. In Nederland levert het rijden met zogenaamde voorrijders weinig problemen op. Althans niet voor de club in haar hoedanigheid van organisator. Wel loopt de voorrijder, op basis van eerdere jurisprudentie, het risico aansprakelijk te worden geacht als hij onvoldoende rekening houdt met het feit dat hij door andere motorrijders gevolgd wordt. Maar dat is geen zaak voor de club doch een zaak tussen de twee bij zo’n botsing betrokken motorrijders en hun verzekeringsmaatschappijen.



Duitsland


Het wordt echter anders als men met een voorrijder in Duitsland een toertocht organiseert. Ook hier loopt de club als organisator niet direct het risico, maar is het de voorrijder die op grond van de Duitse wegenverkeerswet voor tal van zaken aansprakelijk gehouden kan worden. Zo kan de voorrijder aansprakelijk worden geacht voor een ongeval dat ver achter hem in de stoet heeft plaatsgevonden. Stel, dat de voorrijder door tien motorrijders wordt gevolgd. Bij een kruising aangekomen is de weg voor hem vrij en hij steekt de kruising over waarop de stoet motorrijders geen voorrang heeft op het andere verkeer. Ook nummer twee en drie kunnen zonder kleerscheuren de kruising oversteken, maar motorrijder nummer vier kan dat eigenlijk niet, doet het toch, en botst daarbij op een auto die hij eigenlijk op deze kruising voorrang had moeten verlenen. Dan zou dit in Nederland een zaak tussen de motorrijder en de automobilist zijn en zoeken hun assuradeuren wel uit wie van hen precies de schuldige partij is. In Duitsland is dat echter anders. Daarom vroeg de KNMV het in Kleve gevestigde “Anwaltskanzlei Strick” hoe het een en ander bij onze oosterburen precies in elkaar steekt.



Straßenverkehrs-Ordnung (StVO)

In paragraaf 27 van de Duitse wegenverkeerswet is namelijk bepaald dat er voor het rijden in een groep of colonne andere regels gelden dan voor het normale verkeer. In Nederland kennen we ook het begrip colonne, maar daar valt een groep elkaar achterna rijdende motorrijders niet onder. In Duitsland kan dit echter wel het geval te zijn. Want in lid 5 van § 27 van de Duitse wegenverkeerswet is namelijk bepaald dat de leider van de groep verkeersdeelnemers er voor verantwoordelijk is dat de stoet zich aan de wettelijke regels houdt. Daarbij is in lid 3 van deze paragraaf bepaald dat de motorvoertuigen die in een verband of colonne samen rijden ook als zodanig herkenbaar moeten zijn. Zijn deze motorvoertuigen niet als een bij elkaar behorende groep herkenbaar, maar rijden ze toch in een colonne, dan kan de voorrijder hierop aangesproken worden. Rijdt de groep motorrijders als een herkenbare bij elkaar horende groep over de weg dan zal de voorrijder er rekening mee moeten houden dat de hele groep veilig en zonder ongelukken een kruising moet kunnen oversteken. Dit is geen loze kreet, want er is in het verleden al eens een voorrijder aansprakelijk gesteld voor de schade die een collega motorrijder ver achter hem opliep. Kortom, er rust een vrij grote verantwoordelijkheid op de voorrijder. Daarom is het advies van de KNMV om zeker in Duitsland niet met voorrijders een toertocht te gaan rijden.

Deel, ook als je weet dat mensen toch achter elkaar willen gaan aanrijden, altijd een routebeschrijving uit. Waarin is opgenomen een bepaling waaruit blijkt dat de deelnemer te allen tijde kan beslissen of hij de route nog wel of niet wil volgen.

I. Algemeen verkeer § 27

(1)  Für geschlossene Verbände gelten die für den gesamten Fahrverkehr einheitlich bestehenden Verkehrsregeln und Anordnungen sinngemäß. Mehr als 15 Radfahrer dürfen einen geschlossenen Verband bilden. Dann dürfen sie zu zweit nebeneinander auf der Fahrbahn fahren. Kinder- und Jugendgruppen zu Fuß müssen, soweit möglich, die Gehwege benutzen.

(2)  Geschlossene Verbände, Leichenzüge und Prozessionen müssen, wenn ihre Länge dies erfordert, in angemessenen Abständen Zwischenräume für den übrigen Verkehr frei lassen; an anderen Stellen darf dieser sie nicht unterbrechen.

(3) Geschlossen ist ein Verband, wenn er für andere Verkehrsteilnehmer als solcher deutlich erkennbar ist. Bei Kraftfahrzeugverbänden muß dazu jedes einzelne Fahrzeug als zum Verband gehörig gekennzeichnet sein.

(4) Die seitliche Begrenzung geschlossen reitender oder zu Fuß marschierender Verbände muß, wenn nötig (§ 17 Abs. 1), mindestens nach vorn durch nicht blendende Leuchten mit weißem Licht, nach hinten durch Leuchten mit rotem Licht oder gelbem Blinklicht kenntlich gemacht werden. Gliedert sich ein solcher Verband in mehrere deutlich voneinander getrennte Abteilungen, dann ist jede auf diese Weise zu sichern. Eigene Beleuchtung brauchen die Verbände nicht, wenn sie sonst ausreichend beleuchtet sind.

(5) Der Führer des Verbands hat dafür zu sorgen, daß die für geschlossene Verbände geltenden Vorschriften befolgt werden.

(6) Auf Brücken darf nicht im Gleichschritt marschiert werden.

   
© H-DCn